Beweging rondom zzp’ers: Belastingdienst gaat handhaven

Vanaf 1 januari 2025 zal de Belastingdienst het handhavingsmoratorium van de Wet DBA opheffen. Dit betekent dat er na bijna negen jaar weer actief gecontroleerd zal worden op schijnzelfstandigheid bij zzp’ers. Bij schijnzelfstandigheid kunnen opdrachtgevers naheffingen en boetes verwachten. Alleen in gevallen van kwade opzet kijkt de Belastingdienst verder terug in de tijd. De focus ligt vooral op sectoren als zorg, onderwijs en kinderopvang. De handhaving wordt geïntensiveerd door extra personeel.

Wat is schijnzelfstandigheid?

Schijnzelfstandigheid is wanneer iemand als zzp’er werkt, maar in de praktijk als werknemer functioneert. Bijvoorbeeld onder gezag van een opdrachtgever. Dit leidt tot het omzeilen van sociale premies en werknemersrechten. De overheid bestrijdt dit om oneerlijke concurrentie en misbruik te voorkomen.

Wetsvoorstel VBAR: minder zzp’ers, meer arbeidsrelaties

Naast de aanscherping in de handhaving heeft de overheid het wetsvoorstel “Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden” ingediend bij de Raad van State. Dit wetsvoorstel streeft naar minder zzp’ers en meer vaste arbeidsrelaties. Een belangrijk onderdeel van het voorstel is het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een uurtarief onder de € 32,24. Hoewel dit wetsvoorstel waarschijnlijk pas per 1 januari 2026 in werking treedt, moeten bedrijven nu al alert zijn.

Toetsing door de Belastingdienst: arbeidsovereenkomst of niet?

De Belastingdienst zal relaties toetsen op drie kerncriteria: werkgeversgezag, de verplichting tot persoonlijke arbeid en de beloning. Wanneer aan deze criteria wordt voldaan, is er sprake van een arbeidsovereenkomst, ongeacht de intenties van de betrokken partijen.

Voorbereiding is cruciaal: herzie overeenkomsten

Het is essentieel dat opdrachtgevers proactief hun contracten en arbeidsrelaties herzien om juridische en fiscale risico’s te voorkomen. Gebruik de nieuwste modelovereenkomsten en controleer of de praktijk overeenkomt met de afspraken. Inlening en uitzenden zijn alternatieven, maar brengen ook hogere arbeidskosten en nieuwe risico’s met zich mee.

 

Bron: Nextens